ECLI:NL:RBAMS:2015:6799
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechters rechtbank Amsterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie bestuursrechters van de rechtbank Amsterdam in twee bestuursrechtelijke zaken. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege het weigeren het onderzoek ter zitting te heropenen, wat volgens verzoeker zijn gemeenschapsrechtelijke rechten zou belemmeren.
De rechtbank oordeelde dat rechterlijke beslissingen in principe geen grond vormen voor het vermoeden van vooringenomenheid, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn. Verzoeker kon geen concrete feiten aandragen die objectief een vooringenomenheid of een gerechtvaardigde vrees daarvoor aannemelijk maken.
De rechtbank nam daarbij mee dat het verzoek was gebaseerd op het feit dat de procedure al was afgerond ten tijde van het verzoek en dat de Centrale Raad van Beroep de zaken had terugverwezen wegens schending van fundamentele procedurevoorschriften. Desondanks vond de rechtbank geen aanleiding tot heropening van het onderzoek.
Daarom werd het wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen en werd de mondelinge behandeling achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open op grond van artikel 8:18, vijfde lid, Awb.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechters is afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.