ECLI:NL:RBAMS:2015:6794
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid bij dossiertoegang Rijksrechercheonderzoek
Verzoeker, verdachte in een strafzaak bij de rechtbank Amsterdam, diende een wrakingsverzoek in tegen de drie rechters wegens vermeende vooringenomenheid. Het verzoek betrof het toevoegen van het volledige Rijksrechercheonderzoek aan het strafdossier, met name inzake de aanhouding van verzoeker.
De rechtbank had eerder besloten dat het nog te vroeg was om het gehele Rijksrechercheonderzoek toe te voegen, omdat het onderzoek nog niet was afgerond. Wel moesten de stukken die betrekking hebben op de aanhouding aan het dossier worden toegevoegd. Deze beslissing werd genomen tijdens de eerste pro-formazitting.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek niet kan worden gebruikt om onwelgevallige procesbeslissingen aan te vechten, tenzij er sprake is van feiten die wijzen op partijdigheid. De beslissing van de rechters was niet onbegrijpelijk en er waren geen feiten die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd de procedure hervat in de stand van vóór het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 515 lid 5 Sv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.