De rechtbank Amsterdam heeft op 24 juni 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van gewoontewitwassen. Verdachte heeft tussen april 2014 en januari 2015 grote bedragen contant geld gestort en in bezit gehad, die vermoedelijk afkomstig waren uit criminele activiteiten.
Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat verdachte samenwerkte met anderen binnen een criminele organisatie die zich bezighield met drugshandel en witwassen. De rechtbank vond dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld afkomstig was van misdrijf, mede gelet op versluierd taalgebruik in tapgesprekken en het ontbreken van een aannemelijke legale herkomst.
Verdachte voerde tegen dat hij geen wetenschap had van de herkomst en dat het geld spaargeld betrof, maar de rechtbank achtte zijn verklaringen niet geloofwaardig. De rechtbank kwalificeerde het feit als gewoontewitwassen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 208 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf van 240 uur. Tevens werden diverse goederen onttrokken aan het verkeer en een bedrag van €154.050,- verbeurd verklaard.