Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
één of meer (onbekend gebleven) wapen(s) en/of munitie van categorie(ën) II en/of III, althans een hoeveelheid wapen(s) en/of patronen’ partieel nietig dient te worden verklaard, nu dit in het licht van het omvangrijke dossier onvoldoende is gespecificeerd en de dagvaarding in zoverre niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). De dagvaarding zal dan ook in zoverre nietig worden verklaard.
4.Waardering van het bewijs
Hebben ze dat goud bij jullie gevonden?”en [medeverdachte 1] antwoordt: “
Ja. Ze zijn de auto aan het doorzoeken”en “
Ja, ze hebben het bij ons gevonden”dan kan het niet anders dan dat met ‘goud’ wordt gedoeld op de jammer. Te meer nu uit niets blijkt dat er nog andere zaken zijn aangetroffen in de auto. Verdachte zegt later in datzelfde gesprek tegen zijn broer op de vraag of ze wapens hebben:
“Nee, we hebben niks behalve dat goud.”Daarmee acht de rechtbank het medeplegen van het onder feit 3 ten laste gelegde bewezen.
5.Bewezenverklaring
- veertien wapens van categorie II, te weten een busje pepperspray, met opschrift Pfefferspray Selbstschutz en een busje met CS-gas, merk UMAREX, Perfecta CS, Stop Attack en een busje met CS-gas, merk PISTO Concorde en elf busjes pepperspray, met opschrift van Chinese tekens en/of in de vorm van een aansteker en
- achttien wapens van categorie II, te weten twee stroomstootwapens, merk Terminator 007, Car-Key Stunn Gun en met bijzonderheid BMW Logo en vier stroomstootwapens, merk YUSHUN en model dYS-968-100.D.Z. en in de vorm van een lipstick en tien stroomstootwapens, merk YUSHUN en model dYS-968-100.D.Z. en één stroomstootwapen, in de vorm van een mobiele telefoon en één stroomstootwapen, in de vorm van een mobiele telefoon en model JJ-6500;
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid
van 40 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren per dag.