Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en/of
het met gebruikmaking van (dwang)middelen vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’, dwingen en/of bewegen een of meer deelnemers aan de organisatie te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die anderen met of voor een derde.
4.Waardering van het bewijs
- [persoon 1] in de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 november 2009;
- [persoon 2] in de periode van 20 augustus 2008 tot en met 3 november 2009;
- [persoon 3] in de periode van 1 september 2009 tot en met 3 november 2009;
- [persoon 4] in de periode van 20 augustus 2009 tot 25 december 2009,
mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, bestaande die mensenhandel uit
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen, te weten: [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3] en [persoon 4] , werkzaam in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en
valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarbij die valsheid bestond uit het valselijk opmaken van geschriften die betrekking hadden op de exploitatie van en/of vergunningen voor kamerverhuurbedrijf ' [kamerverhuurbedrijf 1] ’ te weten:
de ‘aanvraag vergunningen horecabedrijf /prostitutiebeleid’ op naam van [verdachte] betreffende de percelen [adressen] d.d. 6 december 2006 en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 18 september 2009, waarmee de rechtsvorm van [kamerverhuurbedrijf 1] van een eenmanszaak naar een Vennootschap onder Firma (met vennoten [verdachte] en [medeverdachte 1] ) werd omgezet en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee de rechtsvorm van [kamerverhuurbedrijf 1] van een Vennootschap onder Firma (met vennoten [verdachte] en [medeverdachte 1] ) werd omgezet naar een eenmanszaak, waarbij [medeverdachte 1] werd geregistreerd als eigenaar en
de inschrijving (met terugwerkende kracht) bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee als eigenaar van [kamerverhuurbedrijf 1] [verdachte] werd geregistreerd en
de jaarrekening van ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ over het jaar 2009 en
de ‘aanvullende aanvraagformulieren Natuurlijke Personen voor de prostitutiebranche (inclusief Bibob-vragen)’ op naam van [medeverdachte 1] betreffende de percelen [adressen] d.d. 10 januari 2010 en
de overeenkomst “Overdracht onderneming [kamerverhuurbedrijf 1] ” d.d. 20 januari 2010 en
gewoonte witwassen, als bedoeld in artikel 420bis/ter van het Wetboek van Strafrecht, immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders geldbedragen, te weten huurbedragen ten behoeve van de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ verworven en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat deze geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (hierna ook: [medeverdachte 2 en 3] ) waren in de periode van belang respectievelijk eigenaar van en barman/bedrijfsleider in café [cafénaam] (later genaamd [cafénaam] of [cafénaam] ) gevestigd op de [adres 1] in Amsterdam. Verder werden in de periode van belang via het bedrijf [kamerverhuurbedrijf 1] , gevestigd op de [adres 2] , acht werkkamers (op de [adressen] , steeds twee ramen per huisnummer) verhuurd aan prostituees, onder wie de in de tenlastelegging vermelde vrouwen [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] . Zes werkkamers, op de [adressen] , lagen tegenover café [cafénaam] en twee werkkamers, op de [adres 3] , lagen nagenoeg naast het café.
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
‘onder meer’welke twee keer vooraf gaan aan de vier met name genoemde vrouwen.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
8 (acht) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.