Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en/of
het met gebruikmaking van (dwang)middelen vrouwen (te weten (onder meer): [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] en/of [persoon 4] ), werkzaam (geweest) in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’, dwingen en/of bewegen een of meer deelnemers aan de organisatie te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die anderen met of voor een derde.
- het relaas bevat geen objectieve weergave van de bevindingen zoals die blijken uit de processen-verbaal en de weergave van tapgesprekken is voorzien van conclusies van het onderzoeksteam;
- aan verklaring van getuige [getuige 1] afgelegd op 16 december 2009 en/of op 11 januari 2011 kleven gebreken ;
- uit verklaringen die getuigen hebben afgelegd bij de rechter-commissaris blijkt dat de processen-verbaal van de politie geen juiste weergave bevatten van hetgeen de getuigen daar hebben gezegd en van hetgeen de verbalisanten de getuigen hebben voorgehouden alsmede dat de getuigen door de politie zijn beïnvloed, onder meer doordat het onderzoeksteam ook buiten de verhoren met bepaalde getuigen contact heeft onderhouden, zonder daarvan melding te maken in het proces-verbaal.
4.Waardering van het bewijs
mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, bestaande die mensenhandel uit
het opzettelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van vrouwen, te weten: [persoon 1] en [persoon 2] en [persoon 3] en [persoon 4] , werkzaam in de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ en
valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarbij die valsheid bestond uit het valselijk opmaken van geschriften die betrekking hadden op de exploitatie van en/of vergunningen voor kamerverhuurbedrijf ' [kamerverhuurbedrijf 1] ’ te weten:
de ‘aanvraag vergunningen horecabedrijf /prostitutiebeleid’ op naam van [medeverdachte 3] betreffende de percelen [adressen] d.d. 6 december 2006 en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 18 september 2009, waarmee de rechtsvorm van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] van een eenmanszaak naar een Vennootschap onder Firma (met vennoten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) werd omgezet en
de inschrijving bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee de rechtsvorm van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] van een Vennootschap onder Firma (met vennoten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ) werd omgezet naar een eenmanszaak, waarbij [medeverdachte 2] werd geregistreerd als eigenaar en
de inschrijving (met terugwerkende kracht) bij de Kamer van Koophandel met ingang van 19 september 2009, waarmee als eigenaar van Kamerverhuur [kamerverhuurbedrijf 1] [medeverdachte 3] werd geregistreerd en
de jaarrekening van ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ over het jaar 2009 en
de ‘aanvullende aanvraagformulieren Natuurlijke Personen voor de prostitutiebranche (inclusief Bibob-vragen)’ op naam van [medeverdachte 2] betreffende de percelen [adressen] d.d. 10 januari 2010 en
de overeenkomst “Overdracht onderneming [kamerverhuurbedrijf 1] ” d.d. 20 januari 2010 en
gewoonte witwassen, als bedoeld in artikel 420bis/ter van het Wetboek van Strafrecht, immers hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders geldbedragen, te weten huurbedragen ten behoeve van de werkkamers van kamerverhuurbedrijf ‘ [kamerverhuurbedrijf 1] ’ verworven en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat deze geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
[verdachte] en [medeverdachte 1] (hierna ook: [verdachte en medeverdachte 1] ) waren in de periode van belang respectievelijk eigenaar van en barman/bedrijfsleider in café [café naam] (later genaamd [café naam] of [café naam] ) gevestigd op de [adres 1] in Amsterdam. Verder werden in de periode van belang via het bedrijf [kamerverhuurbedrijf 1] , gevestigd op de [adres 2] , acht werkkamers (op de [adressen] , steeds twee ramen per huisnummer) verhuurd aan prostituees, onder wie de in de tenlastelegging vermelde vrouwen [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] . Zes werkkamers, op de [adressen] , lagen tegenover café [café naam] en twee werkkamers, op de [adres 3] , lagen nagenoeg naast het café.
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
‘onder meer’welke twee keer vooraf gaan aan de vier met name genoemde vrouwen.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
29 maanden.