ECLI:NL:RBAMS:2015:3865
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- K.A. Brunner
- E.F.A. Buitenen
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 mei 2015 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meervoudige handel in cocaïne en MDMA op 29 december 2012 en 1 februari 2013. De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen was, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende betrouwbare getuigenverklaringen.
Uit het dossier bleek dat verdachte eigenaar was van een Renault Clio die in tapgesprekken en observaties werd genoemd in verband met drugshandel. Er waren aanwijzingen dat een man in deze auto dealergedrag vertoonde, maar er was geen sluitend bewijs dat verdachte zelf de bestuurder of dealer was op de genoemde data. Getuigen herkenden verdachte niet als de persoon die drugs afleverde, en verklaringen wezen op meerdere dealers.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de handel op de tenlastegelegde momenten. Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken. Tevens werd gelast dat in beslag genomen goederen aan verdachte worden teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij drugs handelde op de tenlastegelegde data.