Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de tussenbeschikking van 3 april 2014
- de akte uitlating na beschikking van 12 juni 2014 van Facebook NL, met producties.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse of Ierse wetgeving van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens van Nederlandse inwoners via de Ierse Facebook-servers. Verzoeker richtte een inzageverzoek tot Facebook Nederland. De rechtbank stelt vast dat Facebook Nederland zich bezighoudt met verkoopondersteuning en geen bevoegdheden heeft over de verwerking van persoonsgegevens, die uitsluitend door Facebook Ierland wordt uitgevoerd.
De kern van het geschil is of Facebook Nederland als 'verantwoordelijke' in de zin van de Europese richtlijn en de Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) kan worden aangemerkt. De rechtbank volgt de uitleg van de richtlijn en de Wbp, waarbij de verantwoordelijke degene is die het doel en de middelen van de verwerking bepaalt. Uit de feiten blijkt dat Facebook Nederland en Facebook Ierland juridisch en feitelijk voldoende van elkaar zijn te onderscheiden.
Daarom kan het inzageverzoek niet aan Facebook Nederland worden gericht. Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De rechtbank compenseert de proceskosten door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard omdat Facebook Nederland niet als verantwoordelijke voor gegevensverwerking kwalificeert.