Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
.
“Ik heb van mensen op straat gehoord dat [verdachte](de roepnaam van verdachte, rechtbank)
en de jongen die hij nu heeft neergeschoten al langere tijd ruzie met elkaar hebben en dat zij plannen hadden om elkaar neer te schieten. Een jongen, die ik ken als [naam 1] en die bevriend is met al die jongens, dus de vrienden van [verdachte], maar ook die van degene die is neergeschoten, heeft mij verteld dat [verdachte] ongeduldig was om de jongen neer te schieten.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit en van verdachte
8.Motivering van de straf
€ 100.000,- aan immateriële schadevergoeding.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
8 (acht) jaren.
€ 1.736,41 (zeventienhonderdzesendertig euro en eenenveertig cent).
van € 100.000 (honderdduizend euro).
€ 101.736,41 (honderdeenduizend zevenhonderdzesendertig euro en eenenveertig cent)aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door hechtenis van
365 (driehonderdvijfenzestig)dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.