Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
- tegen die [medeverdachte] gezegd dat zij een vriendin genaamd [persoon 2] had die een man zocht en
- die [medeverdachte] meermalen opgebeld en zich daarbij voorgedaan als die [persoon 2] en
- zich voordoende als die [persoon 2] die [medeverdachte] om geld gevraagd als vooruitbetaling van een door die [persoon 2] geregelde vakantie en ten behoeve van door die [persoon 2] aan te schaffen goederen en
- daarbij telkens gezegd dat die [medeverdachte] die geldbedragen niet aan haar, [persoon 2], kon geven maar dat hij het geld aan haar vriendin [naam 1], zijnde zij, verdachte, moest geven en
- zich voordoende als die [persoon 2] aan die [medeverdachte] verteld dat zij werkte bij een advocatenkantoor en dat een advocaat zou proberen om geld dat die [medeverdachte] ten gevolge van afpersing was kwijtgeraakt, ongeveer 7.500,- euro, terug te vorderen en dat die advocaat tevens schadevergoeding zou proberen te verkrijgen en dat die [medeverdachte] dan wel eerst een vooruitbetaling aan die advocaat moest doen en
- vervolgens aan die [medeverdachte] om geldbedragen gevraagd ten behoeve van die advocaat en
- daarbij gezegd dat die [medeverdachte] die geldbedragen niet aan haar, [persoon 2], kon geven maar dat hij het geld aan haar vriendin [naam 1], zijnde zij, verdachte, moest geven en
- tegen die [medeverdachte] gezegd dat haar vriendin [persoon 2] een auto-ongeluk had gehad en in coma lag en
- vervolgens die [medeverdachte] opgebeld en zich voorgesteld als [naam 2] en dat zij, [naam 2], eveneens werkzaam was voor vorenbedoelde advocaat en zijn, [medeverdachte], dossier had overgenomen en
- vervolgens zich voordoende als [naam 2] aan die [medeverdachte] om geldbedragen gevraagd ten behoeve van die advocaat en
- daarbij telkens gezegd dat die [medeverdachte] die geldbedragen niet aan haar, [naam 2], kon geven maar dat hij het geld aan [naam 1], zijnde zij, verdachte, moest geven, waardoor voornoemde [medeverdachte] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
10 (tien) jaren.
[zus 2 van slachtoffer]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[moeder van slachtoffer]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[zus 1 van slachtoffer], wonende op het adres [adres, te plaats], toe tot € 482,93 (zegge vierhonderdtweeëntachtig euro en drieënnegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[medeverdachte], wonende op het adres [adres, te plaats], toe tot € 7.950,- (zegge zevenduizend negenhonderdvijftig euro).