ECLI:NL:RBAMS:2015:165
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor gedeeltelijke sloop gemeentelijk monument kerkgebouw De Ark aanvaardbaar
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Nieuw-West Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor de gedeeltelijke sloop en renovatie van het gemeentelijk monument kerkgebouw De Ark. Eisers, drie verenigingen voor monumentenzorg, stelden dat de vergunning onterecht was verleend vanwege aantasting van het monumentale karakter en onvoldoende onderbouwing van de noodzaak tot sloop.
De rechtbank stelde vast dat de vergunningverlening op grond van de Erfgoedverordening moest worden getoetst, waarbij het belang van monumentenzorg zich niet tegen de vergunning mag verzetten. De rechtbank concludeerde dat niet elke aantasting tot weigering hoeft te leiden en dat een belangenafweging tussen behoud en gebruik van het monument moet plaatsvinden. Verweerder had zich gebaseerd op een positief advies van de Commissie Welstand en Monumenten (CWM), die de aantasting acceptabel achtte.
Eisers voerden aan dat alternatieven onvoldoende waren onderzocht en dat de financiële situatie van de eigenaar, de Protestantse Gemeente Amsterdam, beter was dan gesteld. De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was alle alternatieven te onderzoeken en dat de financiële situatie en het belang van voortgezet gebruik als kerk meewegen. Het door eisers ingediende alternatieve plan werd onvoldoende onderbouwd bevonden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid de vergunning kon verlenen en dat het belang van de gemeentelijke monumentenzorg zich niet tegen de vergunning stelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vergunning voor gedeeltelijke sloop van het gemeentelijk monument.