ECLI:NL:RBAMS:2015:1331
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedens van fraude
Verzoeker had meerdere keren onvoldoende gescoord voor het praktijkexamen rijvaardigheid en slaagde uiteindelijk via een verdachte rijschool waarvan een examinator bekend had geld aangenomen om kandidaten te laten slagen. Verweerder trok op basis van een bestuurlijke rapportage de verklaring van rijvaardigheid van verzoeker in wegens sterke vermoedens van betrokkenheid bij fraude.
Verzoeker stelde dat de rapportage onvoldoende bewijs bevatte en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven voorafgaand aan het besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar niet geheel kansloos is omdat er geen op verzoeker toegesneden onderzoek was en hij niet bij naam genoemd werd in het strafrechtelijk onderzoek.
De voorzieningenrechter vond het belang van verkeersveiligheid zwaarder wegen dan het belang van verzoeker, ondanks de ontregeling van zijn dagelijks leven en werk. Het vermoeden van fraude en de bekentenis van de examinator en rijschoolhouder waren doorslaggevend. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid is afgewezen vanwege het zwaarder wegen van het belang van verkeersveiligheid.