Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. R. Kloos en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.F. Korvinus naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 115.000,00 aan immateriële schadevergoeding
- € 156,40 voor reiskosten [ziekenhuis] vanaf juni 2014;
- € 150,00 voor reiskosten [ziekenhuis te plaats];
- € 360,00 voor eigen risico zorgverzekering;
- € 475,51 voor voorzieningen [ziekenhuis];
- € 335,32 voor voorzieningen revalidatie;
- € 583,00 voor reiskosten [ziekenhuis] februari-juni 2014;
- € 100,00 voor reiskosten en telefoonkosten ten behoeve van de strafzaak.
materiële schadewordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
14 januari 2015tot aan de dag der algehele voldoening.
immateriële schadenaar hetgeen thans omtrent het letsel in voldoende mate vaststaat op € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
28 januari 2014tot aan de dag der algehele voldoening.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
gevangenisstraf van 6 (zes) jaren.
€ 27.160,23 (zevenentwintigduizendhonderdzestig euro en drieëntwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 25.000,00 vanaf 28 januari 2014 en over
€ 2.160,23 vanaf 14 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 170 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.
- 3 STK kleding
- 1 STK broek blauw D&G
- 1 STK shirt zwart Givenchy
- 1 STK schoenen wit Christian Louboutin
- 1 STK blauw vest
1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2014024594 van 20 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2], doorgenummerde pag. 142.
de rechtbank begrijpt:
op 28 januari 2014] thuis aan de [adres te plaats] en [verdachte] [
de rechtbank begrijpt:
[verdachte]belde. Ik zei dat ik thuis was en hij zei ‘maak open’. Ik deed open en [verdachte] kwam binnen. Ik zei tegen hem dat hij zijn kleren moest pakken en weg moest gaan. Hij ging zijn kleren pakken. [verdachte] zei dat hij iets moest pakken, hij zei dat hij later terug zou komen. Ik was in mijn kamer. Ik deed de deur open en zag [verdachte] op een afstand en hij schoot op me. Ik zag bloed stromen uit mijn hoofd.