ECLI:NL:RBAMS:2015:1055
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- J.A.A.G. de Vries
- J. Knol
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handelen met voorwetenschap bij aandelenhandel
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van handelen met voorwetenschap bij transacties in aandelen en derivaten van twee ondernemingen in 2009. Verdachte handelde in dezelfde periode als zijn zoon en diens vriendin, waarbij de zoon bevriend was met een bankmedewerker die over koersgevoelige informatie beschikte.
De officier van justitie stelde dat verdachte via zijn zoon beschikte over niet-openbare informatie over voorgenomen overnames, en dat gelijktijdige transacties bewijs waren van handelen met voorwetenschap. De verdediging voerde aan dat er geen direct bewijs was en dat gelijktijdige handel ook verklaard kon worden door het delen van algemene beleggingsbeslissingen.
De rechtbank constateerde dat hoewel verdachte de transacties heeft verricht, er geen direct bewijs is dat hij beschikte over voorwetenschap. Ook al roept het handelspatroon vragen op, is niet vastgesteld dat handelen met voorwetenschap buiten redelijke twijfel vaststaat. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handelen met voorwetenschap.