ECLI:NL:RBAMS:2015:10271

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 december 2015
Publicatiedatum
11 mei 2021
Zaaknummer
AMS 15 / 3065
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.B. Kleiss
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:7 BWArt. 10:20 BWArt. 10:24 BWArt. 8 EVRMArt. 16 lid 1 onder g VN-Vrouwenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam in Basisregistratie Personen

Eiseres, die in 1978 in Turkije trouwde en sinds 1992 de Nederlandse nationaliteit bezit, verzocht om wijziging van haar geslachtsnaam in de BRP naar haar oorspronkelijke meisjesnaam, die zij na een Turkse echtscheiding in 2012 weer aannam. De gemeente wees dit verzoek af omdat de echtscheiding in Nederland al in 1995 was uitgesproken en de Nederlandse wetgeving bepaalt dat geslachtsnaamswijziging alleen via Koninklijk Besluit kan plaatsvinden.

Eiseres voerde aan dat zij niet was geïnformeerd over haar keuzemogelijkheid bij naturalisatie en dat de hoge kosten voor een Koninklijk Besluit in strijd zijn met internationale verdragen zoals het EVRM en het VN-Vrouwenverdrag. De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet in deze procedure aan de orde kunnen komen en dat eiseres deze in een aparte procedure moet aanvoeren.

De rechtbank concludeerde dat de echtscheiding in Turkije geen wijziging van de persoonlijke staat in de zin van artikel 10:24 BW Pro oplevert, omdat het huwelijk in Nederland al was ontbonden. De rechtbank achtte de verklaring van verweerder dat naamswijziging een standaardonderdeel van de naturalisatieprocedure is, plausibel en wees het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam in de BRP wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 15/3065

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. H.L.M. Lichteveld),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
(gemachtigde: mr. E.W.M. Gubbels).

Procesverloop

Bij besluit van 12 november 2014 heeft verweerder het verzoek van eiseres om wijziging van haar geslachtsnaam, in de Basisregistratie personen (BRP) afgewezen.
Bij besluit van 7 april 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2015. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Ter zitting is het onderzoek geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen binnen vier weken na verzending van de schorsingsbeslissing te reageren op de in de pleitnotitie van de gemachtigde van eiseres aangevoerde nieuwe beroepsgronden. Verweerder heeft dit bij brief van 11 januari 2016 gedaan. Partijen hebben de rechtbank vervolgens toestemming verleend uitspraak te doen zonder nadere zitting. De rechtbank heeft daarna het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Eiseres is op 4 augustus 1978 in Turkije gehuwd met de heer [naam 1] . Sinds dat jaar staat eiseres ingeschreven in de BRP van Amsterdam met de geslachtnaam [eiseres] . In 1992 is eiseres genaturaliseerd tot Nederlander. Op 22 maart 1995 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen eiseres en de heer [naam 1] uitgesproken. Op 13 november 2012 zijn eiseres en de heer [naam 1] voor de rechtbank voor Familiezaken te [plaats] in Turkije, gescheiden. Eiseres heeft daarbij naar Turks recht haar oorspronkelijke meisjesnaam [naam 2] terug gekregen.
1.2.
Op 28 oktober 2014 heeft eiseres een verzoek om wijziging van haar geslachtsnaam in de geslachtsnaam [naam 2] gedaan. Daarbij heeft zij een kopie van haar Turkse paspoort overgelegd alsmede een zittingsverslag van de rechtbank te Kamaran betreffende de echtscheiding.
1.3.
Bij primair besluit heeft verweerder het verzoek afgewezen, omdat eiseres bij haar naturalisatie de keuze had tussen behoud van haar huwelijksnaam of wijziging van haar naam in haar geboortenaam. Eiseres krijgt niet nogmaals een keuze. Eiseres kan wel verzoeken om wijziging van haar geslachtsnaam bij Koninklijk Besluit (KB).
1.4.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit – onder verwijzing naar het advies van de bezwaarcommissie van 2 april 2015 – ongegrond verklaard.
1.5.
In beroep heeft eiseres – kort samengevat – aangevoerd dat zij niet is geïnformeerd over haar keuzemogelijkheid. De kosten van een verzoek om wijziging van de geslachtnaam bij KB zijn voor eiseres onevenredig hoog, omdat zij een inkomen heeft op bijstandsniveau. Deze belemmering is in strijd met artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Voorts is verweerder ten onrechte niet ingegaan op de beroepsgrond dat de Nederlandse wet- en regelgeving in strijd is met artikel 16, eerste lid, onder g, van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (VN-Vrouwenverdag). Verder heeft eiseres aangevoerd dat artikel 10:24, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is nu eiseres tevens naar Turks recht in Turkije is gescheiden en dit dus een wijziging in haar persoonlijke staat naar Turks recht tot gevolg heeft. Tot slot heeft eiseres zich ter zitting – kort samengevat – op het standpunt gesteld dat de weigering de geslachtsnaam te wijzigen in strijd is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
1.6.
Bij brief van 9 oktober 2015, gericht aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft eiseres verzocht om haar achternaam te wijzigen, onder vrijstelling van de legesverplichting. Bij besluit van 10 december 2015 is dit verzoek niet in behandeling genomen, omdat de kosten van € 835,-, voor de behandeling van de aanvraag, niet zijn voldaan. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
2. De rechtbank gaat uit van het volgende juridische kader.
2.1.
Op grond van artikel 1:7 van Pro het BW kan de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijk vertegenwoordiger, door de Koning worden gewijzigd.
2.2.
Op grond van artikel 10:20 van Pro het BW, worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam.
2.3.
Artikel 10:24 van Pro het BW bepaalt – voor zover van belang – dat, indien de geslachtsnaam of de voornamen van een persoon als gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de persoonlijke staat zijn gewijzigd en zijn neergelegd in een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte, de aldus vastgelegde of gewijzigde geslachtsnaam of voornamen in Nederland worden erkend.
3.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres bezit de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 10:20 van Pro de BW wordt de geslachtsnaam dan ook bepaald door het Nederlandse recht. Op grond van het Nederlands recht vindt geslachtsnaamswijziging uitsluitend plaats bij KB. Artikel 1:7, eerste lid van het BW bepaalt hierover dat de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek door de Koning kan worden gewijzigd. Reeds hieruit volgt dat verweerder het verzoek van eiseres om wijziging van haar geslachtsnaam in de BRP, terecht heeft afgewezen. Eiseres kan immers niet via een wijziging in de BRP bereiken dat haar geslachtsnaam wordt gewijzigd. Zij kan op grond van artikel 10.24 van het BW slechts bereiken dat indien de geslachtsnaam is gewijzigd als gevolg van een wijziging van haar persoonlijke staat, de gewijzigde geslachtsnaam wordt erkend. Zij voldoet echter niet aan de voorwaarde daarvoor. De echtscheiding in Turkije kan in Nederland niet worden gekwalificeerd als een wijziging van de persoonlijke staat van eiseres in de zin van artikel 10:24 van Pro het BW, nu het huwelijk in Nederland reeds was ontbonden in 1995.
3.2.
De beroepsgronden van eiseres dat de weigering om haar geslachtsnaam te wijzigen in strijd is met het EVRM, het VN-Vrouwenverdrag en het VWEU kunnen gelet op het voorgaande in deze procedure niet aan de orde komen. Eiseres dient dit – indien nodig – aan te voeren in een procedure tegen een weigering om haar geslachtsnaam bij KB te wijzigen. Dit geldt ook voor het standpunt van eiseres dat de hoge kosten voor wijziging van de geslachtsnaam bij KB in strijd zijn met artikel 8 van Pro het EVRM. Eiseres dient dit bezwaar aan te voeren in een procedure tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag wegens het niet voldoen van de kosten zoals bedoeld in artikel 1:7, vijfde lid, van het BW.
3.3.
De rechtbank gaat tot slot voorbij aan de niet onderbouwde stelling van eiseres dat zij niet is geïnformeerd over de keuzemogelijkheid tijdens de naturalisatie. De rechtbank acht de verklaring van verweerder dat naamswijziging een standaardonderdeel van de procedure tot naturalisatie plausibel en er zijn verder geen redenen om aan te nemen dat eiseres niet geïnformeerd zou zijn.
4. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren. Voor een veroordeling in de proceskosten of een vergoeding van het griffierecht is dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.B. Kleiss, rechter,
in aanwezigheid van mr. C.A.R. Bleijendaal, griffier
.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2016.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.