De rechtbank Amsterdam heeft op 15 december 2015 besloten het ouderlijk gezag van de moeder over haar ongeboren kind te beëindigen en de William Schrikker Jeugdbescherming (WSG) tot voogd te benoemen. Dit besluit volgt op ernstige zorgen over de opvoedcapaciteiten van de ouders, die beiden verstandelijke beperkingen hebben en onvoldoende in staat zijn om de basale zorg en veiligheid te bieden die essentieel is voor de ontwikkeling van het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming had aanvankelijk een verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingediend, maar trok dit in en verzocht in plaats daarvan om gezagsbeëindiging. De ouders hebben zes andere kinderen, van wie vijf kampen met reactieve hechtingsstoornissen en gedragsproblemen, wat de ernst van de situatie onderstreept. De moeder is beperkt leerbaar en raakt snel in paniek, terwijl de vader zich vaak onttrekt aan hulpverlening.
Cordaan, de zorgorganisatie betrokken bij de ouders, ziet mogelijkheden voor intensieve begeleiding, maar kan niet garanderen dat de ouders op termijn de noodzakelijke stabiliteit en veiligheid kunnen bieden. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind voorop staat en dat er onvoldoende perspectief is op een veilige thuissituatie. Daarom wordt het gezag beëindigd en de WSG als voogd aangesteld, die het kind in een pleeggezin zal plaatsen.