Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 13 februari 2014. Enkhuizen is verschenen bij [naam] , vastgoedmanager bij Enkhuizen, vergezeld door de gemachtigde. Grolsch Bierbrouwerij is verschenen bij de gemachtigde. Partijen hebben het woord gevoerd. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
ten nadele van de huurdermag worden afgeweken. Dergelijke bepalingen zijn vernietigbaar. Anders dan onder het oude recht zijn de bepalingen dus geldig totdat de huurder de vernietiging van die bepalingen inroept. Indien evenwel door de kantonrechter desgevraagd goedkeuring aan dergelijke bepalingen is verleend kan de huurder de vernietiging niet inroepen en zijn ze dus, behoudens bijzondere omstandigheden, onaantastbaar.
rechtsvorderingengeregeld. Indien en voor zover een
verzoekals het onderhavige als “rechtsvordering” in de zin der wet zou kunnen worden aangemerkt, stuit het verweer van Grolsch Bierbrouwerij af op art. 3:306 BW Pro, waarin is bepaald dat indien de wet niet anders bepaalt, een rechtsvordering door verloop van twintig jaar verjaart. Nu gesteld noch gebleken is dat de wet voor het onderhavige verzoek een andere verjaringstermijn aanwijst, dient geconcludeerd te worden dat de geldende verjaringstermijn niet verstreken is. Dit verweer wordt derhalve verworpen.
positie in vergelijking met die van Enkhuizenniet zodanig is dat zij de bescherming van de huurbepalingen niet nodig heeft. In dit standpunt gaat de kantonrechter niet mee. Daar waar Grolsch Bierbrouwerij niet heeft betwist dat Enkhuizen een vastgoedmaatschappij is die in een beperkt gebied, te weten de omgeving van Haarlem, enkele tientallen bedrijfsruimten exploiteert, moet geoordeeld worden dat Grolsch Bierbrouwerij , gelet op haar hierboven in rov. 4.4 omschreven maatschappelijke status, een veel grotere speler op de markt is. Dat zij door de situatie op de vastgoedmarkt in een benardere positie zou verkeren, acht de kantonrechter evenmin aannemelijk, temeer nu Grolsch Bierbrouwerij voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst (nota bene) eigenares van het gehuurde was en daardoor op zijn minst een behoorlijke onderhandelingspositie moet hebben gehad.