Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter:
[eiseres]
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
De procedure
- de akte van Dexia, onder overlegging van een financieel overzicht,
- de antwoord-akte van [eiseres].
Gronden van de beslissing
€ 151.024,18 (overname aandelen terzake de lease-overeenkomsten II en III) aan Dexia betaald. Vervolgens heeft [eiseres] een bedrag van € 2.401,20 terzake de lease-overeenkomst I en een bedrag van € 17.459,85 terzake de lease-overeenkomsten II en III aan dividenden en een bedrag van € 61.987,82 ten behoeve van lease-overeenkomst I en een bedrag van € 546,36 ten behoeve van lease-overeenkomst II aan ander voordeel ontvangen. Op 18 januari 2012 heeft Dexia nog een bedrag van € 31.705,30 aan [eiseres] uitgekeerd.
€ 46.947,31 (€ 61.987,82 + € 2.401,20 – € 17.441,71) aan batig saldo ontvangen.
aan [eiseres] betaalde of toekomende dividenden. [eiseres] heeft een bedrag
van € 17.459,85 aan dividend en een bedrag van in totaal € 79.208,97 (€ 47.493,67 +
€ 31.715,30) aan ander voordeel van Dexia ontvangen.
welhad behoren te ontraden omdat daardoor naar redelijke verwachting
weleen onaanvaardbaar zware financiële last op [eiseres] werd gelegd. In navolging van het Amsterdamse hof is de kantonrechter van oordeel dat de door [eiseres] gestelde schade aan door [eiseres] betaalde termijnen en inleg voor 1/3 deel voor rekening van [eiseres] behoort te blijven.
Fictieve restschuld
Dit is een nadelig financieel gevolg van het aangaan van de overeenkomsten.
De restschuld is betaald en er is daadwerkelijk schade geleden.
€ 150.969,18).
€ 31.705,30 aan [eiseres] heeft uitgekeerd, dient hiermee rekening te worden gehouden.
BKR registratie
terzake onvoldoende heeft gesteld en evenmin zijn deze door haar nader specifiek onderbouwd om tot het oordeel te kunnen komen dat er werkzaamheden in een minnelijk stadium zijn verricht, die voor een dergelijke vergoeding in aanmerking komen, anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak.