Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 januari 2014,
- het proces-verbaal van comparitie van 22 april 2014.
2.De feiten
Momenteelgaat het een stuk beter. Betrokkene heeft nog wel een wat bemoeilijkte concentratie en is nog snel moe. Hij is ook wat trager geworden en zijn evenwicht is nog steeds niet helemaal goed. Hij heeft moeite met traplopen en kan niets dragen als hij de trap op loopt. Hij heeft geen last meer van de onwillekeurige bewegingen in de benen. Hij heeft ongeveer 5 dagen per week pijn in zijn nek die niet erg invaliderend is en waarvoor hij een enkele keer een pijnstiller neemt. De aanvullende anamnese vermeldt geen bijzonderheden. Betrokkene gebruikt geen medicatie en slechts een enkele keer een pijnstiller of diazepam. (…). Hij is volledig ADL-zelfstandig en vermeldt geen beperkingen, met uitzondering van fietsen dat moeilijker gaat i.v.m. de problemen met het evenwicht”.
€ 200,= voor reiskosten en € 6.897,66 voor buitengerechtelijke kosten aan [gedaagde] vergoed.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- smartengeld: € 10.000,= (inclusief € 1.500,= rente)
- medische kosten (waaronder de verzekeringsgeneeskundige expertise): € 483,43
- reiskosten voor bezoeken aan diverse behandelaars en belangenbehartiger € 275,=
- verlies aan zelfwerkzaamheid € 8.921,= (waarvan € 5.200,= toekomstig)
- huishoudelijke hulp in de eerste periode na het ongeval € 442,50
- slotbetaling voor buitengerechtelijke kosten € 7.122,10
- wettelijke rente € 750,=