Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Uitgangspunten
2.Standpunten van partijen, vorderingen en verweer
3.Beoordeling
de tegeneis niet in dit kort geding kan worden betrokken.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een eis in reconventie centraal, ingediend door de gedaagde na de aanvang van de mondelinge behandeling in kort geding. De werkzaamheden waarover het geschil ging, zijn inmiddels op 17, 18 en 19 september 2014 uitgevoerd en afgerond, waardoor de eiseres in conventie, Stichting Stadgenoot, geen verdere toegang tot de woning van de gedaagde behoeft.
De gedaagde vreesde dat de eerdere veroordelingen in een tussenvonnis zouden worden gebruikt om hem zijn woning te ontnemen en stelde vorderingen in reconventie. De rechtbank oordeelde dat deze vorderingen niet ontvankelijk zijn omdat zij niet dadelijk bij het antwoord waren ingesteld, zoals vereist is volgens artikel 137 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De eis in reconventie werd pas na de eerste zitting ingediend, waardoor deze niet in het kort geding kon worden betrokken.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de vorderingen van de gedaagde achterhaald zijn door de voltooiing van de werkzaamheden. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter-plaatsvervanger S.G. Ellerbroek en uitgesproken door mr. O.J. van Leeuwen op 30 september 2014.
Uitkomst: De eis in reconventie wordt niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.