Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
de rechtbank begrijpt: de curator) wilde, heeft hij gehad van mij. Wat hij graag wil hebben, zijn debiteurenoverzichten, maar die zijn er niet.” Op de vraag later in het verhoor of verdachte bekend was met de debiteuren ten tijde van het faillissement en of hij geld had geïncasseerd van debiteuren, antwoordde verdachte: “Neen, ik weet niet wie de debiteuren in het faillissement zijn en ik heb nog geen gelden van debiteuren geïncasseerd”.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
8.Motivering van de straffen
- de ouderdom van de zaak;
- samenloop van de diverse strafbepalingen;
- de zware (financiële) gevolgen die deze zaak reeds voor verdachte heeft gehad zoals het faillissement van zijn bedrijf en vervolgens de inval van de FIOD in zijn privéwoning in bijzijn van zijn minderjarige zoon, met alle consequenties van dien voor hem en zijn gezinsleden;
- de gezondheid van verdachte, die sinds de inval van de FIOD achteruit is gegaan.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 51, 55, 57, 194, 225 en 343 van het Wetboek van Strafrecht;
- 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
10.Beslissing
een gevangenisstrafvan 3 (drie) maanden.
een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeidvan 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
“bestaande de valsheid / valsheden hierin dat op dat/die geschrift(en), de adressering van [bedrijf 1] is opgenomen (…)”als “
bestaande de valsheid / valsheden hierin dat op dat/die geschrift(en), in strijd met de waarheid de adressering van [bedrijf 1] is opgenomen (…)”, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.
“d.d. 29 juni 2009”als
“d.d. 23 juni 2009”, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.