Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 juli 2013;
- het proces-verbaal van comparitie van 30 oktober 2013 en de daarin vermelde stukken.
2.De feiten
rechtbank)
1.[zoon](…),
[eiser](…),
[zoon](…);
“deelgenoot 1”;
[eiser](…);
“deelgenoot 2”.
- [eiser] voornoemd, deelgenoot 2; en
- [zoon] voornoemd, deelgenoot 1 sub b;
[adres](…);
- een bedrag van NEGENTIGDUIZEND EURO (€ 90.000,00) zijnde de waarde van het aan hem toegedeelde registergoed;
- betaling van voormelde restschuld tenlaste van de nalatenschap zijnde VIERHONDERD VIJFTIGDUIZEND (€ 450.000,00); welk bedrag komt ten laste van de deelgenote sub 1a voor vier/zesde deel of DRIEHONDERD DUIZEND EURO (€ 300.000,000 en ten laste van deelgenoot sub 1 b voor een/zesde deel of voor VIJFENZEVENTIGDUIZEND EURO (€ 75.000,00);
rechtbank) als [zoon];
rechtbank) de nalatenschap van [erflater] hebben verworpen.
3.Het geschil
- het nalaten om voldoende recherchewerk ten behoeve van de voor [eiser] op te stellen akte te verrichten; en/of
- het nalaten om de te passeren akte voldoende aan [eiser] toe te lichten, door het niet, althans niet voorafgaande aan 10 maart 2004, communiceren aan [eiser] van de inhoud en de achtergrond van de conceptakte; en/of
- het opstellen van de nietige akte van verdeling en levering de dato 10 maart 2004;