De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van circa 25 kilogram cocaïne op 26 juni 2014 in Amsterdam. De cocaïne werd aangetroffen tijdens een doorzoeking van zijn woning. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat er geen aanwijzingen waren dat hij samen met anderen handelde.
De verdediging voerde aan dat de observatie door een buurman, die op verzoek van de politie handelde zonder een officieus bevel, onrechtmatig was en leidde tot een vormverzuim dat bewijsuitsluiting rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat er wel sprake was van een onherstelbaar vormverzuim omdat een bevel ingevolge artikel 126v Sv ontbrak, maar dat dit niet leidde tot bewijsuitsluiting omdat het recht op een eerlijk proces niet was geschonden en er geen direct verband was tussen het vormverzuim en de gevonden cocaïne.
De rechtbank heeft de straf bepaald op basis van de landelijke oriëntatiepunten voor in- en uitvoer van harddrugs, rekening houdend met de omvang van de partij en de vermoedelijke positie van verdachte in een criminele organisatie. Gezien het vormverzuim is een strafvermindering van 10% toegepast op de oorspronkelijk beoogde straf van 60 maanden.
Verdachte is veroordeeld tot 54 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €13.000, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.