Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 29 juli 2009, met producties;
- het tussenvonnis van 12 augustus 2009 houdende gelasting van een comparitie van
- de antwoordakte van 9 juni 2010, aan de zijde van Imeko;
- het op 23 juni 2010 verwijzen van de zaak naar de parkeerrol;
- de akte overlegging producties (een drietal rechterlijke uitspraken) van 24 juli 2013, aan de
2.De feiten
- de ava verhoogt de tot dan toe geldende honorering van de commissarissen naar € 10.000,00 per lid en € 12.000,00 voor de voorzitter van de raad van commissarissen (rvc), alsmede een onkostenvergoeding;
- de ava benoemt [gedaagde] tot commissaris;
- de rvc (die nu bestaat uit drie personen: [naam 2], [naam 3] en [gedaagde]), benoemt [gedaagde] tot voorzitter van de rvc;
- [naam 1], enig statutair bestuurder van Imeko, treedt af;
- de ava stemt in met het voorstel van [gedaagde] om de directievoering van Imeko vooralsnog over te laten aan de rvc.
- voor de management taken zal een aangepast tarief worden berekend van € 1.000,-- ex. BTW per dag(deel). Losse uren worden doorberekend ad € 200,-- per uur;
- de kilometervergoeding voor zakelijk verreden kilometers wordt vastgesteld op € 0,45 per kilometer ex. BTW.
3.Het geschil
in conventie
primair: voor recht verklaart dat de door Imeko aan [gedaagde] betaalde bedragen in de periode 2002-2006 ter zake van managementvergoeding en vergoeding van door [gedaagde] gemaakte kosten hebben plaatsgevonden uit hoofde van de overeenkomst van opdracht tussen Imeko en [gedaagde];
4.De beoordeling
deelbedragen– waarvan de optelsom overigens niet op voornoemd bedrag, maar een hoger bedrag uitkomt.