Uitspraak
1.De verdere procedure
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De verdere beoordeling
5.De beslissing
8 december 2014, waarbij partijen de rechtbank uiterlijk
10 dagen voor genoemde datumdienen te informeren als overwogen in rechtsoverweging 4.9.;
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn na een huwelijk van 44 jaar gescheiden waarbij huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting golden. De man verzocht om afwikkeling alsof sprake was van gemeenschap van goederen, stellende dat de strikte toepassing van de voorwaarden onaanvaardbaar was vanwege het bestendige gedrag van partijen gedurende het huwelijk.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de notaris de voorwaarden correct had toegelicht en dat de woningen om zakelijke redenen op haar naam stonden. Ook voerde zij aan dat het huwelijk al jaren slecht was en dat er geen sprake was van vermenging van vermogens.
De rechtbank oordeelde dat partijen zich gedurende het huwelijk feitelijk als gemeenschap van goederen hadden gedragen, met vermenging van ondernemingen en financiën. De strikte toepassing van de huwelijkse voorwaarden zou leiden tot een onaanvaardbaar resultaat, waarbij de man met niets of een schuld zou eindigen.
Daarom besloot de rechtbank dat partijen moeten verrekenen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, met behoud van afgescheiden vermogensrechtelijke posities. Partijen krijgen gelegenheid om zich uit te laten over de omvang en waardering van het vermogen en de peildatum.
De beschikking staat tussentijds hoger beroep toe vanwege het ingrijpende karakter van de beslissing.
Uitkomst: Partijen moeten zich verrekenen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd vanwege bestendig afwijkend gedrag tijdens het huwelijk.