Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het vonnis in incident van 26 februari 2014,
- het tussenvonnis van 7 mei 2014, waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie van [gedaagde in conventie], met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte houdende wijziging eis, met producties van [eiseres in conventie],
- het “productieoverzicht ten behoeve van comparitie van partijen” van [gedaagde in conventie], met de producties 95 tot en met 104,
- het proces-verbaal van comparitie van 2 september 2014,
- het faxbericht van 19 september 2014 van de advocaat van [eiseres in conventie] waarin wordt meegedeeld dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de wijze waarop zij gezamenlijk een deskundige gaan benoemen.
2.De feiten, voor zover van belang in dit tussenvonnis
(…)
de door [gedaagde in conventie] gekozen uitvoeringswijze van ophanging van de elementen is dermate onvoldoende dat (constructief gezien) geen sprake is van goed en deugdelijk werk (…)”.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en reconventie
5.De beslissing
12 november 2014voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiseres in conventie] waarin zij zich uitlaat als bedoeld onder 4.12,