Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 september 2013, waarin een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 10 maart 2014, met de daarin genoemde stukken,
- de akte wijziging eis in reconventie, met producties,
- de (antwoord)akte van [eiser] , met producties,
- de akte uitlating producties van AC, met één productie,
- de akte uitlating productie van [eiser] .
2.De feiten
- € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 19 en 20 juni 2006
- € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 13 en 14 maart 2008
- € 100.000,00 in twee tranches van € 50.000,00 op 15 en 18 september 2008
- € 100.000,00 op 29 januari 2009.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
- het ontbreken van bankgaranties;
- het ontbreken van een deugdelijke verzekering van het schip in aanbouw;
- het als voorwaarde aan de afbouw van het schip verbinden dat [eiser] financieringskosten diende te voldoen;
- de afwijking van de uitvoeringsspecificaties;
- het niet halen van de oplevertermijn van november 2013;
- het rapport van [naam 1] van 21 november 2013;
- de slechte ervaringen van andere kopers, dat wil zeggen de vrees voor gebreken;
- het sluiten van de werf, zodat AC niet aan haar garantieverplichtingen zal kunnen voldoen;
- door alle slechte publiciteit is voor [eiser] het schip onverkoopbaar.