ECLI:NL:RBAMS:2014:5183

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 februari 2014
Publicatiedatum
19 augustus 2014
Zaaknummer
13.751.249-13 (EAB 2)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 6 Overleveringswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering Nederlander wegens onherroepelijk vonnis volgens artikel 6 lid 2 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 februari 2014 een vordering van het Openbaar Ministerie tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, werd verdacht van het ondergaan van meerdere vrijheidsstraffen opgelegd door Belgische rechterlijke instanties.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde zijn Nederlandse nationaliteit. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen die in totaal nog 1.535 dagen bedragen, opgelegd bij onherroepelijke vonnissen en arresten van Belgische rechtbanken.

Op grond van artikel 6, tweede lid, van de Overleveringswet (OLW) is overlevering van een Nederlander verboden indien het vonnis onherroepelijk is. De officier van justitie bevestigde telefonisch dat de vonnissen onherroepelijk zijn. De rechtbank concludeerde daarom dat de overlevering moet worden geweigerd.

De rechtbank wees de vordering tot overlevering af en bepaalde dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De beslissing werd genomen door drie rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de Nederlander wegens een onherroepelijk vonnis volgens artikel 6 lid 2 OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.751.249-13 (EAB 2)
RK nummer: 14/88
Datum uitspraak: 14 februari 2014
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 december 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 november 2013 door
het Openbaar Ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen(België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [adres, te plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 februari 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M.F.P.M. Brogtrop, advocaat te Bergen op Zoom.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van

1) een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 20/03/2008

2) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 08/05/2006

3) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 27/10/2006

4) een vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Antwerpen d.d. 08/11/2006.
Het arrest en de vonnissen zijn alle op tegenspraak gewezen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van
1) vijf jaren,
2) twee maanden met uitstel voor drie jaren, uitstel uitvoerbaar door titel 1,
3) twee jaren met probatie-uitstel, uitstel uitvoerbaar door titel 1 en
4) achttien maanden met uitstel voor drie jaren, uitgezonderd negen maanden voorhechtenis, uitstel uitvoerbaar door titel 1,
door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straffen resteren in totaal nog 1.535 dagen. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd arrest en voornoemde vonnissen.
Dit arrest en deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel d) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.De weigeringsgrond van artikel 6, tweede lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Artikel 6, tweede lid, OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. De overlevering kan dan ook alleen worden toegestaan, voor zover het onder 3 bedoelde arrest en de onder 3 bedoelde vonnissen nog niet onherroepelijk zijn.
De officier van justitie heeft meegedeeld dat de heer Corazza, procureur des Konings te Antwerpen, telefonisch heeft bevestigd dat het arrest en de vonnissen onherroepelijk zijn.
Met de officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon is de rechtbank dan ook van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat artikel 6, tweede lid, OLW aan de overlevering in de weg staat, zal de rechtbank de overlevering weigeren.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 6 van de Overleveringswet.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
het Openbaar Ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpenten behoeve van de verdere tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen die zijn opgelegd bij het onder 3 bedoelde arrest en bij de onder 3 bedoelde vonnissen.
Aldus gedaan door
mr. W.H. van Benthem, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en P. Rodenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.H. Glerum, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2014.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
C