Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Verschillende politiemensen, twee ambulances en een cameraman die voor AT5 filmde kwamen ter plaatse. Verder waren er omstanders waaronder getuigen van het ongeval.
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid van het feit
11 augustus 2012 is gebeurd. Het Openbaar Ministerie heeft onvoldoende oog voor de maatschappelijke problematiek die achter dit incident schuilgaat. Het was niet zomaar een handgemeen tussen twee mensen, maar het speelde tegen de achtergrond van de problematiek van hinder bij de hulpverlening.
Door een gebrek aan daadkracht bij de politie, slaagde deze er niet in om [naam 1] bij de hulpverleners weg te houden en om een veilige werksituatie voor de ambulancemedewerkers te creëren.
Dit is een verontrustende maatschappelijke ontwikkeling.
Hulpverleners moeten hun werk ongemoeid en zonder hinder van het publiek kunnen verrichten, zowel vanwege hun eigen veiligheid, maar vooral omdat zij nu juist ter plekke zijn gekomen om hulp te bieden aan mensen die dat nodig hebben en omdat tijd vaak kostbaar is in een noodsituatie.
Op deze beelden is weliswaar niet of niet goed te zien dat verdachte aangever bij de keel grijpt, maar dit is te verklaren doordat de collega van verdachte [naam 3] daar, bij toeval, precies voor staat. Wel is te zien dat [naam 1] direct na de confrontatie met verdachte door agenten wordt overmeesterd en naar de grond wordt gewerkt, waarop hij hevig ontdaan naar zijn onderbeen wijst. Verschillende getuigen hebben verklaard dat [naam 1] direct nadat hij bij zijn keel was gegrepen op de grond terecht is gekomen en niet meer kon opstaan omdat hij aan zijn been gewond was geraakt. De rechtbank leidt daaruit af dat het tenlastegelegde feit te zien is op videostuk ‘M201195’. Er zijn geen overtuigende aanknopingspunten in het dossier die er op wijzen dat deze aanname niet juist kan zijn.
6.Beslissing
[verdachte], van alle rechtsvervolging terzake daarvan.