Uitspraak
1.Procesgang
2.Inhoud van de verzoekschriften
3.Beoordeling
€ 3.435,- (zegge: drieduizend tweehonderd vijfendertig euro).
€ 4.137,70 .
drieduizend negenhonderd vijfentachtigeuro)
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, die onherroepelijk is vrijgesproken, vroeg vergoeding voor schade door onterechte voorlopige hechtenis en kosten van het verzoekschrift. De rechtbank stelde een vergoeding van €3.435,- toe voor 42 dagen voorlopige hechtenis en €550,- voor de kosten van het verzoekschrift.
De officier van justitie verzocht het toe te kennen bedrag te verrekenen met openstaande schulden van verzoeker bij het CJIB, waaronder een schadevergoedingsmaatregel en een strafbeschikking. Verzoekers raadsman betoogde dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens late indiening en dat verrekening onredelijk was vanwege een betalingsregeling en hoofdelijkheid van de schuld.
De rechtbank oordeelde dat het OM ontvankelijk was en dat verrekening wettelijk is toegestaan. De rechtbank wees de schadevergoeding toe, maar omdat het toegekende bedrag lager was dan de openstaande vorderingen, resteert er niets om uit te keren aan verzoeker. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door drie rechters.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding toe en beveelt verrekening met openstaande vorderingen, waardoor verzoeker geen uitkering ontvangt.