ECLI:NL:RBAMS:2014:288
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toestemming indeplaatsstelling huurder bedrijfsruimte snackbar
Eiser huurt een bedrijfsruimte met snackbar van gedaagde en wil een derde als huurder in zijn plaats stellen op grond van een koopovereenkomst waarbij hij de onderneming overdraagt. Verhuurder weigert medewerking omdat onvoldoende aannemelijk is dat de beoogde nieuwe huurder voldoet aan de vereisten van artikel 7:307 BW Pro.
In kort geding vordert eiser een voorziening om de indeplaatsstelling alvast toe te staan, met een dwangsom bij weigering. De rechtbank oordeelt dat eiser geen spoedeisend belang heeft omdat de koopovereenkomst niet is overgelegd en de overdracht niet per 1 mei 2013 is vastgesteld.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat de beoogde nieuwe huurder dezelfde onderneming voortzet en voldoende waarborgen biedt voor nakoming en bedrijfsvoering. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot indeplaatsstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.