ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3824
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocatenmaatschap voor niet tijdig teruggezonden toevoeging en schadevergoeding advocaatkosten
In deze zaak vordert eiser [A] schadevergoeding van de advocatenmaatschap [F] en haar maten wegens beroepsfouten in een strafrechtelijke procedure. Medio juli 2004 is een opdrachtovereenkomst gesloten waarbij mr. [E] [A] bijstond in een strafzaak. Na vernietiging van een arrest door de Hoge Raad werd [A] vrijgesproken door het Gerechtshof 's-Gravenhage in 2007.
Mr. [E] diende namens [A] een verzoek ex artikel 591a Sv in voor vergoeding van advocaatkosten. Dit verzoek werd grotendeels afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de toevoeging tijdig was teruggezonden aan de Raad voor Rechtsbijstand, zoals vereist volgens artikel 44a Wrb. De rechtbank oordeelt dat mr. [E] en zijn kantoorgenoot niet de zorgvuldigheid hebben betracht die van een redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht.
De rechtbank stelt vast dat de maatschap als opdrachtnemer aansprakelijk is voor de schade van € 28.336,30, verminderd met een toegekend bedrag van € 540. Daarnaast zijn de maten, waaronder de praktijkvennootschap van mr. [E], hoofdelijk aansprakelijk. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 2 november 2009. De kosten van de procedure worden eveneens aan de zijde van [F] c.s. opgelegd.
Uitkomst: De maatschap en praktijkvennootschap zijn hoofdelijk aansprakelijk voor € 28.336,30 schadevergoeding wegens beroepsfouten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.