ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3805
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met finale verrekening en verdeling vermogen na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd in 2006 en zijn in 2011 gescheiden. Voor het huwelijk zijn huwelijkse voorwaarden overeengekomen met een finaal verrekenbeding, waarbij sprake is van een pseudo-gemeenschap van goederen. De rechtbank stelt vast dat het finale verrekenbeding geen goederenrechtelijke verplichtingen schept, maar een verbintenisrechtelijke verrekening inhoudt alsof partijen in gemeenschap gehuwd waren.
De rechtbank behandelt de samenstelling van het te verrekenen vermogen per peildatum 19 augustus 2010, waarbij diverse vermogensbestanddelen worden betrokken of uitgesloten op grond van de huwelijkse voorwaarden. De woning is volledig eigendom van de vrouw, met een hypothecaire schuld waarvoor beide partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn. Verzoeken van de man om hem uit die aansprakelijkheid te ontslaan en om verkoop van de woning te gelasten worden afgewezen.
Verder worden de ondernemingen van partijen gewaardeerd, waarbij de rechtbank persoonlijke goodwill op nihil waardeert. De rechtbank benoemt twee makelaars als deskundigen om de waarde van de woning vast te stellen en houdt verdere beslissingen aan totdat de taxatie en aanvullende waardebepalingen zijn afgerond. Verzoeken tot verdeling van gemeenschappelijke goederen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank wijst ook verzoeken tot vergoedingsaanspraken af, behoudens nominale vergoedingsplicht voor buiten de verrekening vallend vermogen.
Uitkomst: Verzoeken man tot verkoop woning en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid worden afgewezen; verrekening vindt plaats alsof partijen in gemeenschap gehuwd waren.