ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3714
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking in hoger beroep over inbewaringstelling verdachte zonder vaste verblijfplaats
Verdachte is op 7 juni 2013 aangehouden en in verzekering gesteld wegens overtreding van artikel 197 Sr Pro. Verdachte, vermoedelijk afkomstig uit Algerije, heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en vertoont een weigerachtige houding ten aanzien van vrijwillige terugkeer. De rechter-commissaris wees de vordering tot inbewaringstelling af, stellende dat de terugkeerprocedure niet volledig was doorlopen vanwege het ontbreken van een laissez passer.
De officier van justitie stelde hoger beroep in en voerde aan dat verdachte niet actief meewerkt aan het verkrijgen van identiteitspapieren en dat de terugkeerprocedure daarmee wel volledig is doorlopen. Verdachte gebruikte 17 aliassen en is driemaal gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten, die steeds een laissez passer weigerden.
De raadkamer oordeelt dat verdachte ernstige bezwaren heeft en dat er sprake is van vluchtgevaar. Gezien het gewijzigde beleid van de Algerijnse ambassade en de weigerachtige houding van verdachte, is het niet aannemelijk dat een nieuwe presentatie aan de ambassade tot een andere uitkomst leidt. De beschikking van de rechter-commissaris wordt vernietigd en bewaring wordt bevolen voor veertien dagen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de bewaring van verdachte voor veertien dagen wegens ernstige bezwaren en vluchtgevaar.