ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2183
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op vergoeding bij beëindiging opstalrecht na afloop termijn
De zaak betreft de uitleg van artikel 9 van Pro een notariële akte van opstal uit 1984 tussen de Gemeente Amsterdam en Abattoir Amsterdam Holding B.V. (het Abattoir). De Gemeente had het opstalrecht opgezegd per 1 oktober 2011 vanwege overlast en herstructurering, zonder dat sprake was van tekortkoming door het Abattoir. Het geschil betrof de vraag of de Gemeente bij deze beëindiging verplicht was tot vergoeding van de waarde van de opstallen.
De rechtbank stelt vast dat het opstalrecht oorspronkelijk was verleend tot uiterlijk 1 januari 2008 en dat partijen na die datum geen nieuwe afspraken hebben gemaakt, waardoor het recht geacht wordt voort te duren. Artikel 9 van Pro de akte regelt tussentijdse beëindiging bij wanprestatie zonder vergoeding, maar de rechtbank oordeelt dat deze bepaling niet ziet op beëindiging na afloop van de termijn zonder wanprestatie.
De rechtbank past de objectieve uitlegnorm toe op de akte, waarbij derden moeten kunnen vertrouwen op de inschrijving in het register. De formulering van artikel 9 wordt Pro in de context van het gehele artikel en de akte uitgelegd, waarbij de bepaling van geen vergoeding alleen geldt bij tussentijdse beëindiging wegens wanprestatie. Bij beëindiging na afloop van de termijn is de Gemeente wel verplicht tot vergoeding.
De primaire vordering van het Abattoir wordt toegewezen: de opzegging van het opstalrecht door de Gemeente vindt geen oorzaak in tekortkoming en de Gemeente is gehouden tot vergoeding van de waarde van de opstallen. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten. Het subsidiaire verweer over verrekening van de fonds perdu-bijdrage wordt verworpen omdat hierover geen vordering is ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Gemeente tot vergoeding van de waarde van de opstallen bij beëindiging van het opstalrecht na afloop van de termijn.