ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2116
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank wegens ontbreken aanvraag op grond van artikel 35 Wbp inzake dossierverstrekking
Eisers verzochten verweerder om toezending van een dossier in het kader van een bezwaarprocedure tegen de afwijzing van een visum. Eisers stelden dat zij een aanvraag hadden gedaan op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en dat verweerder in gebreke was gebleven met het tijdig beslissen. Verweerder zond het dossier uiteindelijk toe, maar de rechtbank verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk omdat de brief van eisers niet als ingebrekestelling kon worden aangemerkt.
Na verzet van eisers oordeelde de rechtbank dat het verzoek van eisers niet kon worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek om toezending van het dossier was geen besluit en het niet tijdig reageren kon niet worden gelijkgesteld aan een besluit waartegen beroep openstaat. De rechtbank was daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat een verzoek om toezending van stukken niet vereist dat een beroep op artikel 35 Wbp Pro wordt gedaan en dat het toezenden van stukken geen besluit oplevert. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat geen aanvraag als bedoeld in artikel 35 Wbp is gedaan en het toezenden van het dossier geen besluit is.