ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1750
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs poging tot moord ondanks kroongetuigeverklaringen
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van een poging tot moord op een persoon in Gouda in 2010. De zaak draaide onder meer om de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van verklaringen van kroongetuige [persoon 3], die een overeenkomst met het Openbaar Ministerie had gesloten voor strafvermindering in ruil voor zijn medewerking.
De rechtbank beoordeelde uitgebreid de rechtmatigheid van deze kroongetuigeovereenkomst en concludeerde dat het Openbaar Ministerie binnen de wettelijke kaders en beleidsregels heeft gehandeld. De verklaringen van de kroongetuige werden als helder, consistent en deels bevestigd door andere bewijsmiddelen beschouwd, hoewel met de nodige voorzichtigheid.
Het verweer tot bewijsuitsluiting van onder meer een laptop met geluidsopnamen werd verworpen omdat de doorzoeking rechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar betrokken was bij de voorbereiding en het bespreken van de moordplannen, maar niet bij de daadwerkelijke uitvoering van de poging tot moord. Er was onvoldoende bewijs voor medeplegen omdat verdachte niet nauw en bewust had samengewerkt bij de uitvoering.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde poging tot moord en voorbereiding daarvan. De rechtbank erkende dat verdachte door zijn gedragingen wel onder zware verdenking stond, wat voorlopige hechtenis rechtvaardigde, maar dat het bewijs niet volstond voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen poging tot moord wegens onvoldoende bewijs.