ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8064
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Cohen Tervaert
- J.L. Hillenius
- T.H. van Voorst Vader
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor aanhouden externe voorraad softdrugs ondanks strafbaarheid volgens gedoogbeleid
Op 11 april 2011 werd bij een coffeeshop in Amsterdam een externe voorraad van ongeveer 8,5 kilo hennep en hasj en 360 joints aangetroffen. Verdachte, als bestuurder en aandeelhouder van de vennootschap die de coffeeshops exploiteerde, werd vervolgd voor het feitelijk leidinggeven aan deze verboden voorraad.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het vertrouwensbeginsel en het ontbreken van een redelijke belangenafweging, aangezien de externe voorraad bekend was bij gemeente en belastingdienst en noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering. De officier van justitie stelde echter dat het gedoogbeleid het aanhouden van meer dan 500 gram voorraad niet toestaat en dat vervolging gerechtvaardigd is.
De rechtbank oordeelde dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het aanhouden van de voorraad en strafbaar is, maar dat het feit voortvloeit uit de exploitatie van de coffeeshops binnen het gedoogbeleid. Gezien de omvang van de voorraad, de bedrijfsvoering en het maatschappelijke belang van coffeeshops, legde de rechtbank geen straf op. De rechtbank benadrukte dat het aan de wetgever is om de achterdeurproblematiek te regelen.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar verklaard voor het aanhouden van een externe voorraad softdrugs, maar er is geen straf opgelegd.