ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ7955
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator bij geschil over wijziging gezinsvoogdijinstelling
De moeder verzocht om wijziging van de voogdij-instelling over haar minderjarige kinderen, waarbij zij de voogdij van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) wilde wijzigen. De moeder ervaart de omgang met haar kinderen als onvoldoende en belastend, mede door de wijze waarop BJAA de omgang organiseert en de stress die dit veroorzaakt. BJAA verzet zich tegen wijziging en benadrukt het belang van voorspelbaarheid en gestructureerde omgang voor de kinderen, die te maken hebben met gehechtheidsproblematiek.
De kinderrechter stelt vast dat de moeder geen rechtsingang heeft voor haar verzoek tot wijziging van de voogdij, omdat zij geen gezag heeft en daarom artikel 1:254 lid 5 BW Pro niet analoog kan worden toegepast. De onderliggende problematiek, een langdurig verschil van mening over de omgangsregeling, wordt hiermee niet opgelost. De kinderrechter constateert een gerechtvaardigd vermoeden van een belangenstrijd tussen de minderjarigen en de voogd en besluit daarom ambtshalve een bijzondere curator te benoemen.
De bijzondere curator krijgt de opdracht om te onderzoeken of de huidige omgangsregeling in het belang van de minderjarigen is en hierover te rapporteren aan de kinderrechter. De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek en verdere beslissingen worden aangehouden tot na het rapport van de bijzondere curator. De zitting met partijen, BJAA en de bijzondere curator wordt gepland in november 2013.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging voogdij afgewezen en bijzondere curator benoemd voor belangenbehartiging minderjarigen.