ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6369
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kapvergunning wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over noodzaak
Verweerder verleende een kapvergunning voor het kappen van 30 bomen in verband met de bouw van een kantoorgebouw waarvoor eerder onherroepelijke bouwvergunningen waren verleend. Eisers betwistten de noodzaak van de kap en stelden dat de vergunning onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank constateert dat de aanvraag voor de kapvergunning pas in 2011 werd ingediend, terwijl de bouwvergunningen al in 2008 en 2009 waren verleend, zonder duidelijke aanleiding.
De rechtbank stelt vast dat de kap een onomkeerbare ingreep is en dat de herplantplicht niet wegneemt dat het merendeel van de herplant uit heesters bestaat. Daarnaast is onduidelijk of de aanleg van de damwand, waarvoor de kap noodzakelijk zou zijn, onder de bouwvergunning valt of dat hiervoor nog een aparte vergunning vereist is. Verweerder heeft hierover wisselende standpunten ingenomen zonder voldoende motivering.
Verder ontbreekt een advies van de Technische Adviescommissie, wat volgens de rechtbank strijdig is met de Algemene wet bestuursrecht. Gezien deze onduidelijkheden en het ontbreken van een concrete noodzaak tot kap, oordeelt de rechtbank dat verweerder niet in redelijkheid tot de vergunningverlening heeft kunnen komen. De rechtbank vernietigt het besluit, schorst het primaire besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de kapvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.