ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6191
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Graafland
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen na verhuizing naar Duitsland zonder toestemming vader
De moeder is met haar drie minderjarige kinderen sinds de zomervakantie van 2012 verhuisd naar Duitsland, zonder toestemming van de vader, die niet akkoord gaat met de verhuizing en wil dat de kinderen in Nederland opgroeien. De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is de zaak te behandelen op grond van artikel 10 van Pro de Brussel II-bis verordening, omdat de vader niet heeft ingestemd met de overbrenging van de kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek tot ondertoezichtstelling ingediend vanwege ernstige problematiek bij de kinderen, waaronder ontwikkelingsproblemen bij de oudste twee, en de gespannen situatie tussen de ouders. De moeder stelt dat zij alles heeft gedaan om zorg te realiseren en dat de verhuizing in het belang van de kinderen is, mede vanwege de psychische problemen van de vader.
De rechtbank concludeert dat de belangen van de kinderen ernstig worden bedreigd en dat andere middelen om deze bedreiging af te wenden onvoldoende zijn gebleken. De verhuizing naar Duitsland is abrupt en problematisch, en er zijn grote problemen bij het contact tussen vader en kinderen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar toegewezen, uitgevoerd door Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht voor de duur van één jaar vanwege ernstige bedreiging van hun belangen na verhuizing zonder toestemming van de vader.