ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4215
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging nabestaandenuitkering woonlandbeginsel
Verzoekster, woonachtig in Turkije, ontvangt een nabestaandenuitkering die per 1 januari 2013 is verlaagd met circa 40% vanwege toepassing van het woonlandbeginsel, waarbij uitkering wordt aangepast aan het kostenniveau van het woonland. Zij heeft bezwaar gemaakt en een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om de verlaging te voorkomen.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster een spoedeisend belang heeft vanwege haar hypotheeklasten van ongeveer €750 per maand, maar oordeelt dat de belangenafweging geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Er is geen bewijs dat verzoekster in een bedreigende schuldenpositie is gekomen en zij is ruim van tevoren geïnformeerd over de aanpassing.
De rechter wijst erop dat de complexe internationale rechtsvragen rond het woonlandbeginsel niet geschikt zijn voor een voorlopige voorzieningenprocedure en dat deze in een bodemprocedure door een meervoudige kamer zullen worden behandeld. Verweerder heeft toegezegd spoedig een beslissing op bezwaar te nemen en de rechtbank zal een eventueel beroep met spoed behandelen.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de verlaging van de nabestaandenuitkering wordt afgewezen.