ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4053
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende functioneren ondanks onjuiste voorstelling vaste aanstelling
Werknemer trad in 2011 in dienst bij verzoekster op basis van tijdelijke contracten die meerdere malen werden verlengd. In 2012 werd werknemer een vierde tijdelijk contract aangeboden met de mededeling dat bij goede prestaties een vast contract zou volgen. Werknemer werd op diverse punten aangesproken op zijn functioneren, waaronder achterstanden en slechte communicatie met klanten.
Ondanks waarschuwingen en begeleiding verbeterde het functioneren onvoldoende. Werkgever bood werknemer een beëindigingsovereenkomst aan met wederzijds goedvinden, waarbij werd gesteld dat het contract per 1 januari 2013 zou eindigen. Werknemer tekende deze overeenkomst niet en stelde dat een vast contract was ontstaan.
De kantonrechter oordeelde dat werkgever een onjuiste voorstelling van zaken had gegeven door het vierde tijdelijke contract aan te bieden terwijl een vast contract was ontstaan. Desondanks was het functioneren van werknemer onvoldoende om het dienstverband voort te zetten. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 april 2013 zonder vergoeding, waarbij partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 april 2013 wegens onvoldoende functioneren zonder vergoeding.