ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3611
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. Koene
- H.P. Kijlstra
- B. Poelert
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging Duitse gevangenisstraf in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een Duitse gevangenisstraf van vier jaar opgelegd door het Landgericht Dortmund. De veroordeelde, met de Nederlandse nationaliteit, werd in Duitsland gedetineerd en overgebracht naar Nederland in het kader van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP).
De rechtbank stelde vast dat de feiten waarop de veroordeling is gebaseerd, zowel naar Duits als Nederlands recht strafbaar zijn. De veroordeelde had bezwaar gemaakt tegen de duur van de straf in Nederland, omdat hij in Duitsland mogelijk eerder in vrijheid zou zijn gesteld via uitwijzing na het uitzitten van de helft van zijn straf. De rechtbank oordeelde dat deze uitwijzingsmogelijkheid niet zeker was en dat Nederland niet gehouden is hierop te anticiperen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, rekening houdend met de ernst van het drugshandel delict en de omstandigheden van de veroordeelde. De tijd die de veroordeelde in voorlopige hechtenis en detentie in Duitsland en Nederland heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. De tenuitvoerlegging werd daarmee toelaatbaar verklaard en verlof verleend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging van de Duitse gevangenisstraf toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van vier jaar op met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.