ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3593
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan België voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 januari 2013 een verzoek tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon wordt verdacht van drugshandel in Spanje in 2003, waarbij illegalen werden ingezet voor de verkoop. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twee jaar, waarvan nog 730 dagen resteren.
De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd wegens onvoldoende garanties omtrent de rechtsgang, met name de verzetprocedure na een verstekvonnis. De rechtbank oordeelde dat de gegeven garanties voldoen aan artikel 12, sub d, van de Overleveringswet (OLW) en dat het verweer onvoldoende is om de overlevering te weigeren.
Verder werd betwist of de feiten voldoende zijn omschreven in het EAB. De rechtbank stelde vast dat het EAB een genoegzame omschrijving bevat met tijdstip, plaats en betrokkenheid, en dat het specialiteitsbeginsel wordt gewaarborgd. Ook is bevestigd dat de opgeëiste persoon niet wordt vervolgd voor criminele organisatie.
De rechtbank concludeerde dat aan alle voorwaarden van de OLW is voldaan, geen weigeringsgronden van toepassing zijn en dat de overlevering moet worden toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wegens drugshandel.