ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2851
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- B.C. Langendoen
- P.J. van Eekeren
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen poging doodslag en poging tot afpersing wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot doodslag en poging tot afpersing op 20 april 2012 te Bussum. Verdachte was aanwezig toen zijn baas, de aannemer, het slachtoffer meerdere malen met een mes stak.
De officier van justitie stelde dat verdachte als medepleger kon worden aangemerkt omdat hij niet ingreep en deelnam aan het gevecht. De verdediging voerde aan dat verdachte juist probeerde tussenbeide te komen en het slachtoffer te helpen, en dat verdachte de Nederlandse taal niet machtig was en niet wist wat besproken werd.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte als medepleger aan te merken. Het slachtoffer kon niet met zekerheid zeggen dat verdachte deelnam aan de aanval en verdachte had consistent verklaard dat hij probeerde te helpen. Daarnaast was verdachte niet op de hoogte van het doel van het bezoek vanwege zijn beperkte taalvaardigheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen poging tot doodslag en poging tot afpersing wegens onvoldoende bewijs.