ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onttrekking minderjarige aan wettig gezag
Verdachte werd beschuldigd van het onttrekken van drie minderjarigen aan het wettig gezag van Jeugdzorg door hen zonder toestemming naar Marokko te brengen. De tenlastelegging betrof perioden tussen februari 2011 en augustus 2011 waarbij verdachte samen met anderen of alleen de minderjarigen zou hebben meegenomen.
Tijdens de terechtzitting op 12 februari 2013 heeft de rechtbank het bewijs onderzocht. De rechtbank concludeerde dat de tenlasteleggingen onvoldoende bewezen konden worden. Met name ontbrak het bewijs dat verdachte op de hoogte was van aanwijzingen van Jeugdzorg en dat hij opzettelijk handelde om de minderjarigen aan het gezag te onttrekken.
De moeder van een van de minderjarigen verklaarde dat verdachte niet op de hoogte was van de aanwijzingen en niet heeft meegewerkt aan het meenemen naar Marokko. De schriftelijke aanwijzing van Jeugdzorg was gericht aan de moeder en niet aan verdachte.
Gelet op het ontbreken van wettig bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 26 februari 2013 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van onttrekking van minderjarigen aan het wettig gezag.