ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1143
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering en latere verlening bouwvergunning wegens Wet Bibob na hennepkwekerij
Eiser vroeg in 2005 een bouwvergunning aan voor de vernieuwing van een stolpboerderij. Verweerder weigerde aanvankelijk de vergunning op grond van artikel 44a van de Woningwet in samenhang met de Wet Bibob, vanwege een hennepkwekerij op het perceel en het vermoeden dat de bouwplannen met crimineel geld werden gefinancierd.
Tijdens de bezwaarprocedure overhandigde eiser aanvullende stukken waaruit bleek dat de financiering legaal was en dat het Openbaar Ministerie geen ontnemingsvordering had ingesteld. Verweerder herzag daarop het besluit en verleende de bouwvergunning voor de stolpboerderij.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in de primaire besluitvorming terecht een Bibob-advies heeft gevraagd en dat het vermoeden van misbruik gerechtvaardigd was gezien de ernst van de strafbare feiten. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de vergunning onrechtmatig was geweigerd, omdat pas in de bezwaarfase voldoende duidelijkheid bestond over de financiering en het ontbreken van ontnemingsvordering.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de vergunning voor de loods terecht was ingetrokken, maar dat de vergunning voor de stolpboerderij na bezwaar terecht werd verleend. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank heropende het onderzoek naar een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de bouwvergunning werd ongegrond verklaard; de vergunning werd later verleend na voldoende transparantie over de financiering.