ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0389
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering bijstand na niet-melding pensioenuitkering
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en had een pensioenuitkering van €47.297,06 ontvangen die zij niet aan verweerder meldde. Verweerder trok daarop de bijstand in en vorderde bedragen terug over verschillende perioden. De rechtbank oordeelt dat eiseres op 1 september 2004 niet redelijkerwijs over het pensioenbedrag kon beschikken, waardoor intrekking over die periode niet gerechtvaardigd is. Wel is vastgesteld dat eiseres haar inlichtingenplicht schond door de ontvangst van het bedrag niet te melden, wat rechtvaardigt dat de bijstand over de periode van 19 april 2005 tot 14 februari 2008 wordt ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank wijst het beroep tegen het eerste besluit af wegens intrekking daarvan, verklaart het beroep tegen het tweede besluit gegrond voor het deel van 1 september 2004 tot 19 april 2005 en vernietigt dat deel. De rest van het tweede besluit blijft in stand. Het verbod van reformatio in peius wordt niet geschonden omdat verweerder ook buiten bezwaar een nieuw besluit kon nemen op basis van nieuwe feiten. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het deel van 1 september 2004 tot 19 april 2005, waardoor het besluit over die periode wordt vernietigd; de intrekking en terugvordering over de periode daarna blijft gehandhaafd.