Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beiden wonende te [woonplaats],
1.De procedure
- het wrakingsverzoek met bijlagen van 5 augustus 2013;
- de schriftelijke reactie van de rechter op het ingediende wrakingsverzoek, waaruit blijkt dat de rechter niet in de wraking berust.
2.De feiten
“uitsluitend”op de bijlagen van de wederpartij te reageren. Op 11 maart 2013 hebben verzoekers vervolgens ieder voor zich een akte “uitlating bijlagen tevens nieuwe feiten en verweer” genomen. Bij brief van 13 maart 2013 heeft BDI bezwaar gemaakt tegen de omvang en inhoud van laatstgenoemde aktes van verzoekers nu daarin niet uitsluitend is gereageerd op de bijlagen. Bij brief van 20 maart 2013 hebben verzoekers gereageerd, bezwaar gemaakt tegen inwilliging van het bezwaar van BDI en hun aktes van 11 maart 2013 aangevuld.
3.Het verzoek en de gronden daarvan
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
zodrade feiten of omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend zijn.
- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich